&zo
comment 1

EEN SCHOON GESOLDEERD LEVEN

image-6

Door de extreme hitte ben ik weer naar de schone Vlaamse kust gevlucht. Dat ‘schone’ slaat specifiek op het kleine kuststadje Wenduine, waar we sinds een jaar ons vaste ontstressoord van hebben gemaakt. De tijd staat hier volgens mij stil sinds de jaren 90. Geen kinderen met tablets, maar een strand vol zandkastelen en bloemen van crêpe papier. Oma’s en opa’s met de hele kroost. Kinderen spelen met zichzelf en elkaar op het ritme van de zee. Vic gaat er helemaal in mee. Ik merk hoe erg mijn zoon een echt stadsjoch is. Hij heeft een paar dagen nodig om te wennen aan de eenvoud van de kust. Rust en stilte is hem vreemd. Soms heb ik spijt. Spijt dat ik hem tot dat stadskind aan kneden ben. Het heeft zijn charmes, maar ook veel gemis. 

Vlak voor het haastig vertrek, viel mijn oog op het aftands boekje dat al jaren onaangeroerd in de kast ligt. Mijn grootmoeder zaliger gaf het me onder het mom van verplichte lectuur, geschreven door opa. Opa, zo noemde ik de vader van mijn grootmoeder. Ondanks dat ie slechts 2 van de 34 levensjaren me heeft vergezeld, kan ik me hem nog zo voor ogen halen. Het grote canvas waarop ie parmantig met zijn pijp in de hand poseert dat boven mijn moeke haar secretaire hing zal daar grotendeels wat mee te maken hebben. Die secretaire was dan weer van haar moeder zaliger, oma, de vrouw van opa. Dat mijn moeke haar vader adoreerde is zowat het enige dat ik over hem weet. Oh, en dat ie schrijver was, want ook de foto waarop ie met zijn goede vriend Willem Elsschot flaneert hing te pronken aan moeke’s huiskamermuur. ‘Wil je niet eens de brieven van Elsschot naar opa lezen?’ Vroeg mijn oma keer op keer. Ik kraaide er niet naar. Als je opgroeit in een gezin of familie waar cultuur, geschiedenis en lectuur hoog in het vaandel staan, doe je als kind wel eens volledig het tegenovergestelde. Zeker als je Heleen Marie heet. 

Zodus zijn we 20 jaar verder eer ik me aan opa’s oeuvre begeef. Het brengt me geheel van de wijs. Hij weet me te pakken met zijn schoon ‘Vlaamsch’, zijn zelfspot, en bittere sarcasme alom. Door het lezen van ‘solden’ snak ik naar meer. Ik ben boos op mezelf. Nooit heb ik mijn grootmoeder gevraagd hoe ie eigenlijk was. Als mens dan. Het feit dat haar liefde voor hem zo groot was had een omgekeerd effect op me. En nu is er dus spijt. Door zijn boek te lezen, lees ik hem. Ik probeer tussen de lijnen door linken te leggen. Als een puzzel zie ik hoe erg, van generatie op generatie, wij, de Prijskes, 1/8 van mijn bloed, ons proberen af te schudden van het kleinburgerlijke en gelijktijdig krampachtig ons eraan vast klampen. Hoe we, Prijs of geen Prijs, ons proberen los te wrikken van het protocol. 

Misschien is het wel iets universeels, dat eenzaam vechten tegen allen en alles. Tegelijkertijd stelt het me gerust. Niks zo mooi als vrede met eigen ziel.

Gaan voor de volle 100 procent en tevreden zijn met een 50, want het kan immers nog voor minder als men gesoldeerd wordt. 

Filed under: &zo

1 Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>