citytrip, tripjes
Leave a comment

DE BOLDERBUREN

buren

Omdat tradities er zijn om in ere te houden, is er ook dit jaar een trip naar het buitenland geboekt om het verjaren te ontvluchten.
Ooit las ik een artikel over Magnus Nilsson, kok en eigenaar van Fäviken, noteerde zijn naam in mijn logboekje met volgende krabbel erbij: ‘voor later, als ik groot ben en genoeg bijeen gesprokkeld heb om weer een stukje (eetbaar) geluk bij te kopen’.
Nu zit ik hier, veel eerder dan in mijn notebook voorzien, tussen de Zweedse bergen, het mooiste landschap dat ik ooit heb gezien. Wat initieel een tripje op en af Äre gepland was, is een 5-daagse rustvakantie geworden. Rust kan nooit kwaad, zeker niet na een drukke soepwinter en een energierovende verhuis voor de boeg. Bij nader inzien ben ik slecht voorbereid. Zowat heel mijn focus ligt op het Faviken-bezoek. De voor en na-tijd voorzie ik op te vullen met nog veel in te halen lectuur en bezoekjes aan de spa in ons super deluxe hotel. Dat er een threenager ons vergezeld, is me bij de planning blijkbaar helemaal ontgaan. De voorziene totale rust wordt vervangen door slechts een paar uurtjes me-time per dag. Ook de inhoud van de koffers stemt totaal niet overeen met de Zweedse behoeftes. Veel te veel hebben we bij. Net als op vele andere reizen bedenk ik bij mezelf dat het absurd is. Ik heb een overdaad aan alles. Eenvoud siert, op alle gebied. Ook hier in het hoge Noorden is dat weer zo duidelijk als wat.
In mijn hoofd besluit ik de ingepakte dozen (waarvan ik zelfs al geen flauw benul meer heb wat de inhoud ervan is) die in het huurappartement klaarstaan voor de nakende verhuis, misschien gewoon ergens te stockeren in plaats van mee te verhuizen. Het moet een nieuwe start worden. Alles netjes en kwaliteitsvol. Een huis dat vooral gevuld wordt met geluk.
Het eten hier in Zweden is fantastisch. Maakt niet uit waar je hier ergens gaat. Alles is van superieure kwaliteit. We vullen onze eerste dagen met zwemmen, op en af het stadje gaan, magnifiek eten en Vic leren skiën. Ikzelf lijk wel een volleerd meester in het niks doen. Er wordt veel voor me uit gestaard. De zorgen-knop staat uit, en toch… Misschien zijn het wel de zenuwen. Het is een beetje zoals met je rijexamen. Al jaren naar die ene dag uitkijken en als ie nadert, een beetje verlamd liggen wezen.
Dat Faviken in the middle of nowhere ligt is alom bekend. Bij aankomst hier in Äre, een aantal dagen geleden, dacht ik dat het ging over Zweden in het algemeen, dat plattelandsgevoel. We lijken wel in één of ander boek van Astrid Lindgren gezogen. Zomers zijn hier zonder twijfel identiek aan die bij de kinderen van de Bolderburen. Deze serie was een grote inspiratiebron tijdens logeerpartijen bij onze grootouders. Voor even deden we alsof het bos in Pellenberg een Zweeds landschap was en maakte ons Moeke van haar rode bakhuis in de tuin, op de grens van het bos, een huisje voor ons. We renden en speelden. Met onszelf, elkaar en de natuur. Het hele (kleine) dorp was ons terrein. Afgeschermd van de grote boze wereld. Het leek er een beetje op dat Moeke die wereld voor ons creëerde, in scène zette. Toen de tienerjaren daar waren werd haar dat door mij niet in dank afgenomen. Ik was boos. Al die jaren had ze me een beeld van het leven gegeven dat irreëel was. En ik stond daar plots, met beide voeten, onvoorbereid, in een alles behalve perfect rijk. Nu ik het leven hier zie snap ik haar. Het besef dat ze me zoveel moois heeft gegeven komt veel te laat. In de tussentijd heb ik altijd een beetje de spot gedreven met haar ideale wereld. Ze is ondertussen in de 90, nog steeds verknocht aan haar Astrid Lindgren boeken en nu pas, 3 decennia later, snap ik waarom.
De taxi brengt ons in een half uur durende rit van het hotel naar Faviken. Het heeft iets filmisch. Het begrip ‘in the middle of nowhere’ wordt nu pas echt concreet. De ontvangst door een ietwat verlegen Magnus zelf en een bloedmooie Zweedse in idyllisch kader geven me direct een warm thuisgevoel. Aperitieven doen we samen met de bassist van Lykkeli, een Noorse graficus die cd-hoesjes maakt en een allerschattigst advocaat/accountant homokoppel uit Londen. Ik heb ergens een groot deja-vu gevoel, maar weet het niet te plaatsen. In totaal zijn we met 12 (onze ipad-kijkende Vic niet inbegrepen). Alles wordt samen gebracht en ook de uitleg wordt, voorafgaand door een dubbele ‘let nu allemaal even goed op’-klap, voor de hele groep gebracht. Wetende dat Magnus enkel werkt met eigen kweek, zelf geschoten of ge(ijs)viste ingrediënten doet me perplex staan. Alles wat in de zomer geoogst wordt, krijgen ze hier op een bepaalde manier (van drogen, pekelen, conserveren,…) gebracht tot het hoogst kwaliteitsvol product dat ik in mijn hele leven heb mogen proeven. We sluiten een menu van pure eenvoud en hoogste genot ooit af met nog meer (zoete) heerlijkheden en een gezellige late babbel met onze toffe medegasten.
Ik kan naar huis nu. Een jaartje ouder weliswaar, maar met een stukje geluk erbij en wat wijze inzichten mee in de overbeladen koffer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>